Statuten

 

Artikel 1 – Naam en zetel

1. De vereniging draagt de naam: Uitvaartvereniging “En Hij Stierf”.
2. De vereniging is gevestigd in de gemeente Dantumadiel.
3. Het werkgebied van de vereniging omvat de gemeente Dantumadiel en
aangrenzende gemeenten.
4. De vereniging is opgericht voor onbepaalde tijd.

Artikel 2 – Doel

1. Het doel en de grondslag der vereniging zijn:
om op basis van vrijwilligheid, onderlinge solidariteit en nabuurschap en/of
geïnspireerd vanuit een christelijke visie, onderlinge hulp te verlenen op het
gebied van de uitvaart en een overledene op de meest waardige wijze,
overeenkomstig zijn/haar wensen, naar zijn/haar laatste rustplaats te brengen,
mede om te voorkomen dat de verzorging van een stoffelijk overschot van de
mens een voorwerp van winstbejag wordt.
De vereniging heeft primair een lokaal karakter.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. zelf uitvaarten te (laten) verzorgen;
b. het beschikbaar stellen van personeel, materiaal en andere door het bestuur
dienstig geoordeelde benodigdheden voor het verzorgen van een uitvaart;
c. met andere verenigingen of stichtingen en bedrijven, het uitvaartwezen
behartigende, samen te werken;
d. het bijeenbrengen van gelden om aan het gestelde doel te kunnen voldoen;
e. alle andere wettige middelen die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.
3. Voor zover haar middelen dat toelaten en het bestuur daartoe besluit, kan de
vereniging de kosten van een uitvaart voor haar leden geheel of gedeeltelijk
voorschieten. De nabestaanden van het lid zijn in dat geval verplicht deze
kosten binnen de door het bestuur te bepalen termijn terug te betalen, tenzij het
bestuur anders beslist.
4. Met uitzondering van de terugbetalingsverplichting als bedoeld in lid 3, gaat de
vereniging met haar leden geen contractuele verbintenissen aan. De overige
tussen de vereniging en haar leden bestaande verhoudingen worden – over en
weer – gezien en aanvaard als natuurlijke verbintenissen, gebaseerd op
verplichtingen van moraal en fatsoen.
5. De vereniging beoogt niet het maken van winst.

Artikel 3 – Lidmaatschap

1. Lid van de vereniging kunnen zijn:
a. natuurlijke personen van achttien jaar en ouder;
b. personen jonger dan achttien jaar, mits een ouder lid is van de vereniging
en deze hen bij de vereniging heeft aangemeld;
c. personen jonger dan achttien jaar, waarvan één ouder lid is geweest, doch
is overleden. De aanmelding dient vergezeld te gaan van een bewijs van
instemming van de wettelijke vertegenwoordiger.
2. Leden zijn zij die zich als lid bij het bestuur hebben aangemeld en door het
bestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten. Bij niet-toelating door het
bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
3. De secretaris van het bestuur, casu quo een door het bestuur daartoe
aangewezen lid, houdt een ledenregister bij, waarin de namen, geboortedata en
adressen van alle leden zijn opgenomen.
Voorts worden op basis van vrijwilligheid ook alle noodzakelijke persoonlijke
gegevens van een lid, die nodig zijn om de vereniging te kunnen besturen,
geregistreerd.
Als een lid heeft ingestemd met de oproeping tot een algemene vergadering
door middel van communicatie langs elektronische weg, wordt het adres dat
door het lid voor dit doel is bekend gemaakt, in het ledenregister opgenomen.
4. Een lid kan door het bestuur voor een periode van ten hoogste drie maanden
worden geschorst als een lid in strijd handelt met de statuten, reglementen of
besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
Gedurende deze periode van schorsing kan het lid zijn lidmaatschapsrechten
niet uitoefenen. Zijn lidmaatschapsverplichtingen blijven bestaan.
5. Binnen één maand nadat het lid van het besluit tot schorsing in kennis is
gesteld, kan dat lid tegen dat besluit in hoger beroep gaan bij de algemene
vergadering en daar verweer voeren. Het bestuur is verplicht hiertoe de
algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na ontvangst van het
beroepschrift. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep blijft het
lid geschorst.
6. a. Een lid kan indien hij het werkgebied verlaat, zich laten overschrijven naar
of van een andere vereniging, voor zover deze vereniging hieromtrent
bindende afspraken heeft gemaakt met haar overkoepelende organisatie,
welke deel uitmaakt van het Landelijk Samenwerkingsverband van
Uitvaartinstellingen zonder Winstoogmerk (L.S.U.W.).
b. In zodanig geval kan de overschrijvende vereniging van het lid aan de
nieuwe vereniging, in overleg met deze laatste vereniging, desgewenst een
redelijk en billijk bedrag betalen;
c. De beslissing of overschrijving al dan niet zal geschieden, is ter
beoordeling van het betrokken lid.

Artikel 4 – Einde lidmaatschap

1. Het lidmaatschap eindigt door:
a. het overlijden van het lid;
b. opzegging door het lid;
c. opzegging door de vereniging;
d. ontzetting.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan alleen plaatsvinden tegen het
einde van een boekjaar, op voorwaarde dat dit schriftelijk en met inachtneming
van een opzeggingstermijn van ten minste een maand gebeurt. Opzegging kan
met onmiddellijke ingang als redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden
het lidmaatschap te laten voortduren. De contributie voor het lopende jaar blijft
het lid verschuldigd. Te late opzegging heeft tot gevolg dat het lidmaatschap –
met inbegrip van de daaraan verbonden verplichtingen – pas eindigt aan het
eind van het volgend boekjaar, tenzij het bestuur op grond van bijzondere
omstandigheden anders besluit.
Een lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een
maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen
zijn verzwaard, hem bekend is geworden of is medegedeeld; het besluit is dan
niet op hem van toepassing.
Een lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een
maand nadat hem een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere
rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing is meegedeeld. In dat geval blijft hij de
oorspronkelijk voor dat jaar vastgestelde contributie verschuldigd.
3. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging vindt plaats door het
bestuur, door middel van een schriftelijk bericht aan het lid, met vermelding van
de reden(en) van opzegging.
Opzegging is mogelijk:
– als een lid niet meer voldoet aan de statutaire vereisten voor het lidmaatschap; of
– als een lid – ondanks schriftelijke aanmaning – zijn verplichtingen ten
opzichte van de vereniging niet nakomt; of
– wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren.
Bij het opzeggingsbesluit wordt ook de datum van beëindiging van het
lidmaatschap vastgesteld. De contributie voor het lopende jaar blijft
verschuldigd.
4. Ontzetting uit het lidmaatschap vindt plaats door het bestuur, door middel van
een schriftelijk bericht aan het lid, met vermelding van de reden(en) van de
ontzetting.
Ontzetting is alleen mogelijk als een lid in strijd handelt of heeft gehandeld met
de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op
onredelijke wijze benadeelt of heeft benadeeld.
De ontzetting gaat onmiddellijk in. De contributie voor het lopende jaar blijft
verschuldigd.
5. Binnen één maand nadat het lid van het besluit tot opzegging of ontzetting in
kennis is gesteld, kan dat lid tegen dat besluit in beroep gaan bij de algemene
vergadering en daar verweer voeren. Het bestuur is verplicht hiertoe de
algemene vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na ontvangst van het
beroepschrift. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid
waarvan het lidmaatschap is opgezegd, geschorst.
6. Aan de eis van schriftelijkheid van een opzegging of een bericht van ontzetting
wordt niet voldaan als de opzegging of het bericht van ontzetting uitsluitend
elektronisch is gecommuniceerd. 

Artikel 5 – Contributie van de leden

1. De leden betalen een jaarlijkse contributie, waarvan de hoogte wordt
vastgesteld door de algemene vergadering.
Eventueel kunnen de leden daarbij verplicht worden een opdracht tot
automatische betaling van de periodieke bijdrage te verstrekken.
De leden kunnen daarbij in categorieën worden ingedeeld die een verschillende
contributie/jaarlijkse bijdrage betalen.
2. Het bestuur is bevoegd om, wegens bijzondere omstandigheden, een lid geheel
of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van het betalen van contributie in enig jaar.

Artikel 6 – Bestuur: samenstelling en benoeming

1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur dat bestaat uit ten minste vijf
natuurlijke personen en bij voorkeur een oneven aantal.
De algemene vergadering stelt het aantal bestuursleden vast.
Het bestuur heeft een voorzitter, secretaris en penningmeester.
Het bestuur voorziet zelf in de verdeling van de functies, tenzij de algemene
vergadering zich het recht voorbehoudt de voorzitter te benoemen.
De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon worden
verenigd.
Voor ieder van hen kan het bestuur uit zijn midden een plaatsvervanger
aanwijzen, die bij ontstentenis of belet de functie vervult van degene voor wie
hij als plaatsvervanger is aangewezen.
Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
Het bestuur draagt er zorg voor dat de algemene vergadering zo spoedig
mogelijk in de vacatures kan voorzien.
2. De algemene vergadering benoemt de bestuursleden.
Deze benoeming vindt plaats bij besluit genomen met een meerderheid van ten
minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
De bestuurders kunnen buiten de leden worden benoemd. Zij die tevens
werkzaam zijn bij de vereniging of een commercieel belang hebben bij een
bedrijf of organisatie die betrokken is bij de uitvoering van de doelstelling van de
vereniging kunnen niet tot bestuurder worden benoemd.
3. De benoeming van bestuursleden vindt plaats uit een voordracht. Het bestuur is
bevoegd een voordracht op te maken.
De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de algemene
vergadering meegedeeld.
De voordracht is niet bindend.
4. a. Bestuurders worden benoemd voor een door het bestuur te bepalen
termijn.
Bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster.
Een volgens rooster aftredende bestuurder is direct herbenoembaar.
b. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het
rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
Wanneer als gevolg hiervan de eerste benoemingsperiode van de in de
vacature benoemde twee jaar is of korter is dan twee jaar, kan het bestuur
bepalen dat deze benoemingsperiode niet in aanmerking wordt genomen
bij de toepassing van onderdeel a van dit lid.
5. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of
is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast.
Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door de algemene vergadering
daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast.

Artikel 7 – Bestuur: einde functie, schorsing

1. Een bestuurslidmaatschap eindigt:
– door aftreden van een bestuurslid;
– door verloop van de termijn waarvoor het bestuurslid is benoemd;
– door overlijden van een bestuurslid;
– door ondercuratelestelling van een bestuurslid of onder bewindstelling van
zijn gehele vermogen;
– wanneer het bestuurslid niet langer lid is van de vereniging; (deze
beëindigingsgrond geldt alleen voor een bestuurder die vanuit de leden is
benoemd)
– als de bestuurder niet meer voldoet aan de vereisten als opgenomen in
artikel 6 lid 2 om als bestuurder te kunnen worden benoemd;
– door ontslag van het bestuurslid op grond van een besluit van de algemene
vergadering bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste
twee/derde van de uitgebrachte stemmen;
– wanneer het bestuurslid in staat van faillissement wordt verklaard, een
regeling in het kader van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling
verkrijgt;
een en ander met inachtneming van het hierna bepaalde.
2. Een bestuurslid kan te allen tijde door de algemene vergadering worden
geschorst. Deze schorsing vindt plaats bij besluit genomen met een
meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
De schorsing beloopt ten hoogste drie maanden en kan door de algemene
vergadering eenmaal met die termijn worden verlengd. Volgt gedurende de
schorsing geen ontslag, dan is de schorsing na het verloop van de termijn
geëindigd. Het bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de
betreffende algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarin door
een raadsman laten bijstaan.
Artikel 8 – Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming
1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats,
met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van
bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van
de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering en van de te
behandelen onderwerpen (agenda).
De bestuurder die voor dit doel een adres aan de vereniging bekend heeft
gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door
een langs elektronische weg aan dat adres gezonden leesbaar en
reproduceerbaar bericht.
3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen
door degene die de vergadering bijeenroept.
4. Als wordt gehandeld in strijd met een van de bepalingen van de twee vorige
leden kan het bestuur toch rechtsgeldige besluiten nemen, als alle bestuurders
in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen
om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch
vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.
Een bestuurder kan alleen één medebestuurder in de vergadering
vertegenwoordigen.
6. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem.
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven,
worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van
de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Artikel 9 – Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming
buiten vergadering


1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur; bij zijn afwezigheid
voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
2. Het bestuur van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de
vergaderingen worden gehouden, Als het bestuur het hierover niet eens wordt,
beslist de voorzitter over de wijze van stemming.
3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de
vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd
gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan
vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of,
als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een
stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen
de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen
gehouden door de secretaris of een daartoe door de voorzitter van de
vergadering aangewezen persoon.
De notulen worden – nadat zij zijn vastgesteld – door de voorzitter en de notulist
van de vergadering ondertekend.
5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen
als alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard.
Onder een schriftelijke verklaring wordt ook begrepen een langs elektronische
weg gezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het
bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft
gemaakt.
6. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij
daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het
belang van de vereniging en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan wordt het besluit
genomen door de algemene vergadering.

Artikel 10 – Bestuur: taken en bevoegdheden

1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Iedere bestuurder is
tegenover de vereniging verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem
opgedragen taak. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de
vereniging en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de
vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op
zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken,
bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te
allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden
gekend.
Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
2. Het bestuur is wel bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten
tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de
vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een
derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde
verbindt.
Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan wel aan derden
worden tegengeworpen.
Het bestuur is niet bevoegd tot het aanvaarden van nalatenschappen, tenzij dit
plaatsvindt onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
3. Het bestuur heeft de goedkeuring van de algemene vergadering nodig voor
besluiten tot:
a. het huren, verhuren, kopen en op andere wijze in gebruik of genot
verkrijgen of geven van registergoederen;
b. het aangaan van geldleningen of kredietovereenkomsten;

c. het uitlenen van gelden;
d. het aangaan van een vaststellingsovereenkomst voor de beëindiging van
een geschil;
e. het optreden in rechte, met inbegrip van arbitrale procedures, waaronder
niet begrepen het nemen van conservatoire maatregelen en andere
rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
f. het doen van investeringen en aangaan van andere rechtshandelingen die
uitgaan boven het bedrag dat de algemene vergadering kan vaststellen;
g. het aangaan, wijzigen of beëindigen van arbeidsovereenkomsten,
De algemene vergadering kan bij een daartoe strekkend besluit duidelijk te
omschrijven andere dan hiervoor omschreven besluiten van het bestuur aan
haar goedkeuring onderwerpen. Een dergelijk besluit van de algemene
vergadering wordt onmiddellijk aan het bestuur medegedeeld.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen en door derden geen
beroep worden gedaan.

Artikel 11 – Actuariële reserve

1. De vereniging is verplicht een actuariële reserve aan te houden van
éénhonderd vijf procent (105%) om te kunnen voldoen aan de toekomstige
verplichtingen.
2. De vereniging dient eens in de drie jaar de actuariële reserve te laten
berekenen door een professionele Actuaris bij voorkeur door een door de
Federatie van Uitvaartverenigingen in Friesland aangestelde actuaris.
3. Indien de actuariële reserve beneden de éénhonderd vijf procent (105%) daalt,
dan is de vereniging verplicht een herstel plan te maken, zodat binnen vijf jaar
weer aan de in lid 1 gestelde verplichting kan worden voldaan.
4. De algemene vergadering kan besluiten de actuariële reserve te gebruiken ter
vermindering van de door de leden te betalen bijdragen indien de actuariële
reserve groter is dan het in lid 1 aangegeven percentage.
5. Noch tijdens, noch na beëindiging van het lidmaatschap heeft het lid aanspraak
op enige uitkering uit de actuariële reserve.

Artikel 12 – Vertegenwoordiging

1. Tot vertegenwoordiging van de vereniging zijn bevoegd:
– het gehele bestuur samen;
– de voorzitter en de secretaris van de vereniging tezamen.
2. De in het vorig lid van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en
bestuurders tot vertegenwoordiging van de vereniging bestaat ook als tussen
de vereniging en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat.
3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende
volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als
afzonderlijk, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te
vertegenwoordigen.
4. In alle gevallen waarin de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met een of
meer bestuurders kan de algemene vergadering een of meer personen
aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.

Artikel 13 – Verslaggeving en verantwoording

1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar, verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering uitgezonderd, een bestuursverslag uit over de gang van zaken in
de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van
baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over.
Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders. Ontbreekt de
ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van
redenen melding gemaakt.
Als de vereniging een of meer ondernemingen in stand houdt, die op grond van
de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, wordt op de staat
van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen vermeld.
3. Het bestuur legt de jaarstukken ter goedkeuring voor aan de algemene
vergadering.
Wordt over de getrouwheid van deze stukken geen verklaring van een
accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek overgelegd, dan
worden daaraan voorafgaand de jaarstukken gecontroleerd door een door de
algemene vergadering te benoemen controlecommissie van ten minste twee
leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Een lid van de
controlecommissie kan ten hoogste twee achtereenvolgende jaren zitting
hebben in de controlecommissie.
Het bestuur is verplicht om de controlecommissie inzage te geven in de gehele
boekhouding en de daarop betrekking hebbende bescheiden, (daaronder
expliciet begrepen inzage in elektronische bankbescheiden) en om alle door
haar gewenste inlichtingen te verstrekken. Als de commissie dat voor een juiste
vervulling van haar taak noodzakelijk acht, kan zij zich laten bijstaan door een
externe deskundige.
De commissie brengt van haar onderzoek verslag uit aan de algemene
vergadering, vergezeld van een advies tot al of niet goedkeuring van de
jaarstukken.
Nadat de jaarstukken zijn goedgekeurd door de algemene vergadering wordt
het voorstel gedaan om kwijting te verlenen aan het bestuur voor de door hem
daarmee afgelegde rekening en verantwoording.

Artikel 14 – De algemene vergadering: bevoegdheid en jaarvergadering

1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe,
die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar, wordt een algemene
vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen
onder meer aan de orde:
a. het verslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar;
b. het voorstel tot het al of niet goedkeuren van de jaarstukken over het
afgelopen boekjaar;
c. het voorstel tot verlenen van kwijting aan het bestuur;
d. de benoeming van de leden van de controlecommissie voor het nieuwe
boekjaar;
e. de benoeming van bestuursleden als er in het bestuur vacatures bestaan;
en
f. voorstellen van het bestuur of de leden, zoals aangekondigd bij de
oproeping voor de vergadering.

Artikel 15 – De algemene vergadering: oproeping

1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur.
Een aantal leden, samen bevoegd tot het uitbrengen van ten minste een tiende
deel van de stemmen, kan het bestuur schriftelijk verzoeken een algemene
vergadering bijeen te roepen binnen vier weken na dat verzoek. Als het bestuur
niet binnen veertien dagen na ontvangst van dat verzoek de uitnodiging tot de
vergadering heeft laten uitgaan, kunnen de verzoekers zelf de vergadering
bijeenroepen.
Aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in de vorige alinea
wordt ook voldaan als het verzoek elektronisch is vastgelegd.
2. De oproeping tot de algemene vergadering vindt plaats door middel van:
– een publicatie in het verenigingsorgaan; of
– een schriftelijk bericht aan de adressen van de leden volgens het
ledenregister; of
– een advertentie in een ter plaatse veelgelezen dagblad.
De bijeenroeping kan, als een lid hiermee instemt, ook plaatsvinden door een
langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan
het adres dat door het lid voor dit doel is bekend gemaakt.
3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste veertien dagen, de dag van de
oproeping en de dag van de vergadering niet meegerekend.
4. Naast de plaats, datum en tijd van de vergadering, moet de oproeping een
agenda bevatten waaruit blijkt welke onderwerpen aan de orde worden gesteld.

Artikel 16 – De algemene vergadering: toegang en stemrecht

1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle niet-geschorste leden van
het bestuur en van de vereniging en de wettelijk vertegenwoordigers van de
minderjarige leden van de vereniging. De vergadering kan besluiten ook andere
personen tot (een deel van) de vergadering toe te laten. Geschorste leden en
leden van wie het lidmaatschap is opgezegd of die uit het lidmaatschap zijn
ontzet, hebben toegang tot dat deel van de vergadering waar het beroep tegen
schorsing, opzegging of ontzetting aan de orde is.
2. Ieder lid heeft één stem.
Een geschorst lid heeft geen stemrecht.
Het stemrecht van een minderjarig lid kan alleen worden uitgeoefend door zijn
wettelijk vertegenwoordiger.
3. Een stemgerechtigd lid kan een ander stemgerechtigd lid volmacht geven
namens hem te stemmen.
Deze volmacht moet schriftelijk worden gegeven en vóór de stemming aan het
bestuur worden overgelegd.
Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan als de volmacht
elektronisch is vastgelegd.
Eén lid kan niet meer dan één ander lid vertegenwoordigen.

Artikel 17 – De algemene vergadering: besluitvorming

1. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, wordt een besluit genomen
met een gewone meerderheid van stemmen (de helft plus één) van de in de
vergadering aanwezige en vertegenwoordigde leden, ongeacht hun aantal.
Blanco en ongeldige stemmen tellen niet mee voor de besluitvorming maar
tellen wel mee voor het bepalen van een in deze statuten voorgeschreven
quorum.
2. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag
van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een
genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd
voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter
de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats als de
meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet
hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit
verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de
oorspronkelijke stemming.
3. Als bij stemming over de verkiezing van personen bij eerste stemming geen
meerderheid wordt verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben. Als
ook dan geen meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming
worden beslist tussen welke personen zal worden herstemd.
Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot.
4. Als de stemmen staken over een voorstel dat niet over de verkiezing van
personen gaat, is het voorstel verworpen.
5. Alle stemmingen, behalve stemmingen over personen, vinden mondeling
plaats, tenzij de voorzitter of ten minste drie leden vóór de stemming laat of
laten weten een schriftelijke stemming te verlangen.
Stemmingen over personen vinden schriftelijk plaats.
Schriftelijke stemming vindt plaats bij ongetekende, gesloten stembriefjes.
Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk tenzij een lid hoofdelijke stemming
verlangt.
Een stemgerechtigd lid kan zijn stem voorafgaand aan de algemene
vergadering via een elektronisch communicatiemiddel uitbrengen, maar niet
eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering. Een dergelijke
stem wordt gelijkgesteld met stemmen die gedurende de vergadering worden
uitgebracht. Een stem die op die wijze is uitgebracht, kan niet worden
herroepen.
6. Als in een vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen –
mits met algemene stemmen – geldige besluiten worden genomen over alle aan
de orde komende onderwerpen, ook al is het onderwerp niet of niet op de
voorgeschreven wijze bij de oproeping aangekondigd of heeft de oproeping niet
op rechtsgeldige wijze plaatsgevonden.

Artikel 18 – De algemene vergadering: leiding en notulen

1. Een algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de vereniging.
Ontbreekt de voorzitter, dan wijst het bestuur een ander bestuurslid aan als
voorzitter van de vergadering. Wordt ook op deze wijze niet in het
voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een
ander door de voorzitter van de vergadering daartoe aangewezen persoon
notulen gehouden, die door de voorzitter en de notulist door ondertekening
worden vastgesteld.

Artikel 19 – Statutenwijziging

1. De statuten van de vereniging kunnen worden gewijzigd door een besluit van
de algemene vergadering. Wanneer aan de algemene vergadering een voorstel
tot wijziging van de statuten zal worden gedaan, moet dat steeds bij de
oproeping tot de algemene vergadering worden vermeld.
2. Degenen die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van
een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen
vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde
wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de
leden ter inzage leggen. Dit afschrift moet ter inzage liggen tot na afloop van de
dag waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een meerderheid
van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging wordt van kracht onmiddellijk nadat deze in een notariële
akte is vastgelegd. Iedere bestuurder is bevoegd om een statutenwijziging bij
notariële akte vast te leggen.
Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van
de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het handelsregister.

Artikel 20 – Fusie, splitsing, omzetting

Op een besluit van de algemene vergadering tot fusie of splitsing in de zin van titel 7
van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van de algemene vergadering tot
omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18
Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in het vorige artikel zoveel mogelijk van
overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.

Artikel 21 – Ontbinding

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene
vergadering. Het in deze statuten bepaalde over een besluit tot
statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot
ontbinding.
Bij het besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig
liquidatiesaldo vastgesteld.
Als de vereniging op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft,
houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het
handelsregister.
De boeken en stukken van de ontbonden vereniging blijven gedurende zeven
jaren nadat de vereniging heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de
door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht
dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn
naam en adres opgeven aan het handelsregister.
2. De vereniging wordt bovendien ontbonden door:
– insolventie nadat de vereniging in staat van faillissement is verklaard of
door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
– een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde
gevallen.

Artikel 22 – Vereffening

1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de vereniging,
voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn)
aangewezen.
2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de vereniging zich in liquidatie.
De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor
de vereffening van haar vermogen nodig is.
Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel
mogelijk en nodig van kracht.
In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moet ‘in liquidatie’
aan de naam van de vereniging worden toegevoegd.
3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming die zoveel mogelijk in
overeenstemming is met het doel van de vereniging.
Deze bestemming wordt vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het
ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s).
De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende
baten meer aanwezig zijn.
De vereniging houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de
vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het
handelsregister.

Artikel 23 – Reglementen

1. De algemene vergadering kan een of meer reglementen vaststellen.
2. Een reglement kan nadere regels geven over onder meer het lidmaatschap, de
introductie van nieuwe leden, de contributie, de werkzaamheden van het
bestuur, werkgroepen of commissies, de vergaderingen.
Een reglement mag niet in strijd zijn met de wet of met de statuten en mag geen
bepalingen bevatten die bij statuten behoren te worden geregeld.