Albertus Oepkes Woudstra

AowoudstraAlbertus Oepkes Woudstra (1851-1922) was van 1883 tot november 1916 hoofd van de openbare lagere school te Broek onder Akkerwoude. Woudstra was op 1 september 1851 te Surhuisterveen geboren. Hij was op 7 april 1877 getrouwd met de in Kimswerd geboren Gerritje Brunia. Ze zouden drie kinderen krijgen (zoon Oepke geboren op 19 januari 1878, dochters Hitje  5 janauri 1880 en Aaltje op 4 januari 1882). Persoonlijk leed bleef Woudstra niet bespaard: zo overleed Hitje op 7 mei 1895 op 15 jarige leeftijd en Aaltje op 2 juli 1898. En op 27 mei 1904 kwam te overlijden zijn vrouw Gerritje.

Ter nagedachtenis aan zijn vrouw en zijn overleden dochters stichtte Woudstra een grafmonument op de net aangelegde nieuwe algemene begraafplaats te Murmerwoude. Het was het eerste aldaar geplaatste grafmonument.

Woudstra_A_O1

Voor meester Woudstra hoofd werd ‘op ‘e Broek’ was hij werkzaam als onderwijzer in Hantum. De school te Broek onder Akkerwoude was in 1854 gebouwd en werd wel de eerste en enige openbare school in Nederland van voor 1870 waarop kosteloos lager onderwijs werd verstrekt. Rond 1883 telde de school maar liefst 200 leerlingen. De kinderen uit De Falom gingen toen nog grotendeels naar de aan de Hoofdweg gevestigde openbare school te Murmerwoude. Toen er in 1899 een christelijke school te Broek onder Akkerwoude werd geopend, daalde het aantal leerlingen aan de openbare school, waaraan Woudstra leiding gaf, meteen fors met maar liefst 87 kinderen. Mei 1899 telde de openbare school 163 leerlingen, februari 1900 nog 119, in 1902 93 en januari 1903 nog 83 kinderen.

Woudstra heeft tijdens zijn actieve schoolperiode altijd respect kunnen opbrengen voor mensen met een andere levensovertuiging dan de zijne. Hoewel hij wel voor zijn eigen overtuigingen uitkwam zocht hij niet de strijd met de plaatselijke bevolking die toch overwegend confessioneel was. Hij was in de streek een vraagbaak voor velen; niemand zou tevergeefs bij hem aankloppen, ongeacht zijn of haar afkomst.

Vanaf 1891 zette hij zich in voor de politiek; hij werd voorzitter van de afdeling Akkerwoude van de Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht. De veelal erbarmelijke omstandigheden die hij bij zijn komst op de Broek had aangetroffen, heeft zijn politiek bewustzijn bepaald en aangewakkerd. Woudstra werd dan ook een actief lid van de S.D.A.P. (de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij).

Sinds 1891 ijverde hij voor het geven van landbouwwintercursussen voor 14-18-jarigen. Samen met twee collega’s leidde hij de cursussen die in Murmerwoude werden gegeven. Het initiatief voor de cursussen kwamen bij de afdeling Dokkum-Dantumadeel van de Friese Mij vandaan. De cursus werd driemaal in de week gegeven. De vakken waarin onderricht werd gegeven waren natuurkunde, scheikunde, plantkunde, dierkunde, bodemkunde, grondverbetering grondbewerking en zuivelbereiding.

Vanaf 1895 – 1917 was Woudstra bestuurslid van de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij Dantumadeel. Woudstra kwam in actie toen de gemeenteraad van Dantumadeel d.d. 16 oktober 1902 besloot om aan acht scholen in Dantumadeel gelegenheid voor herhalingsonderwijs te geven. Daar zat Broek onder Akkerwoude niet bij omdat burgemeester en wethouders verwachtten dat ‘er onder de bevolking geen belangstelling was voor voortgezet onderwijs’.

Eind februari 1913 werd vond de oprichtingsvergadering plaats van Dorpsbelang Broek onder Akkerwoude: voorlopig bestuur o.a. A.O. Woudstra men stelde zich ten doel ‘in de eerste plaats te betrachten eene betere straatverlichting in het dorp tot stand te brengen. Verder stelt de vereenigng zich ten doe; krachtig mede te werken aan alles wat kan dienen tot nut en verfraaiing van de plaats der inwoning’.

Woudstra was ook betrokken bij de oprichting van een coöperatieve cichoreifabriek te Broek, hij werd voorzitter van het voorlopig bestuur.

Woudstra was ook één van de medeoprichters van de begrafenisvereniging in de Broek “En hij stierf…”.

Per 1 november 1916 kreeg hij eervol ontslag uit zijn functie als hoofd der school. Op 15 november volgde het afscheid. Volgens het krantenbericht in de Leeuwarder Courant waren ‘tal van belangstellenden aanwezig want de heer Woudstra is op de Broek een geziene persoonlijkheid’. Daar wierp hij zelf eerst een terugblik op de 33 jaren van zijn verblijf aldaar en de economische verbetering dier gedurende die tijd had plaatsgevonden. Daarna voerde de burgemeester van de gemeente Dantumadeel het woord die zijn dank uitsprak voor het werk dat de heer Woudstra had verricht. Hij kreeg uit handen van de heer Sijbrandy, vroeger onderwijzer bij de heer Woudstra, maar nu handelend namens de Broekster bevolking, een leunstoel en namens de ouders een viertal bijpassende stoelen.

Hij werd overigens opgevolgd door Gjalt Scheepvaart.

Woudstra zou niet in Friesland blijven want 15 november 1916 werdt hij uitgeschreven naar Den Haag. Daar is hij opnieuw getrouwd. Hij overleed op 16 juni 1922 op 70-jarige leeftijd. In Den Haag vond hij ook zijn laatste rustplaats.

Bij besluit d.d. 27 augustus 1964 werd een straat naar deze sociaal bewogen onderwijzer vernoemd: de Master Woudstrastrjitte.